Voor zorgverleners

Verschillende groepen zorgverleners komen in hun praktijk regelmatig in aanraking met FNS-patiënten, zoals huisartsen, keuringsartsen, bedrijfsartsen, ergo-, fysio-, manueel- en oefentherapeuten en psychiaters en psychologen. De kennis over FNS is meestal nog niet voldoende bij deze professionals. En dat is logisch, een eeuw lang heeft de oude conversiestoornis zich een plek toegeëigend in de boeken en de vervangende kennis van FNS komt pas 20 jaar mondjesmaat binnendruppelen.

FNS is te behandelen, mits er bij de eerste klachten direct adequaat wordt gereageerd door de zorgverlener. Als er meteen wordt doorverwezen naar een neuroloog en er meteen de juiste behandeling wordt ingezet. Hoe langer een patiënt moet wachten, hoe minder kans op verbetering of genezing. Daarnaast is stress één van de grootste veroorzakers én triggers van FNS. Hoe meer een patiënt moet vechten tegen zijn eigen huisarts, zijn psycholoog of een keuringsarts, hoe slechter dit is voor zijn gezondheid. Daarom is het zó belangrijk dat juist de reguliere zorgverleners rondom een patiënt snappen wat FNS is en hoe zij kunnen helpen bij herstel of ondersteuning.

Er zijn 2 belangrijke aspecten over FNS die élke zorgverlener moet kennen.
1. FNS is géén gedrag, het is geen keuze, het is geen aanstellerij en het is geen simulatie. De fysieke, zintuigelijke en mentale problemen zijn echt en de patiënt heeft hier geen invloed op.
2. Hulpmiddelen bij patiënten met bewegingsstoornissen, zoals een rollator of rolstoel, zijn helpend en kunnen verbetering of zelfs genezing in de hand werken.

Naast de brede informatie over FNS op deze website, willen we hier voor een aantal specifieke zorgverleners handvatten bieden om FNS-patiënten juist te benaderen, verwijzen, behandelen en te keuren. Kies hieronder uw beroep of dat waar u het meest mee overeen komt.

Hier is een begin gemaakt met het verzamelen van medische artikelen over FNS.

Huisartsen

Keuringsartsen

Bedrijfsartsen

GGZ-zorgverleners

ergo/fysio/manueel/oefentherapeuten etc

ambulance personeel

Voor de rolstoelaanvraag bij de WMO moest ik naar een keuringsarts. Zijn eerste reactie was: ‘FNS … van die afkorting heb ik ooit wel eens gehoord.’ De moed zakte in mijn schoenen. Hij kende het niet. De man die de macht had over mijn bewegingsvrijheid, kende FNS niet.
Hij typte druk op zijn laptop en kwam vervolgens met het achterhaalde conversie-argument: ‘Het is psychisch, dus een rolstoel helpt niet.’ Ik: ‘nee, het is neurologisch, dat is ondertussen aangetoond.’ Zijn reactie: ‘hmmm…’
Daarna: ‘Ah, FNS gaat weer over, dus een rolstoel is niet nodig.’ Ik: ‘Nee, helaas gaat het niet altijd over, het kan zelfs verslechteren …’ Hij: ‘Nee, het kan nooit verslechteren!’ Ik: ‘Jawel, kijk naar mij…’ Hij: ‘Ja, maar als het is verslechterd is het ooit beter geweest. Je hebt nu behandeling dus wordt je beter.’ Ik: ‘Nee, de behandeling slaat niet aan. Hoe ik nu ben, is hoe het is. Geen verbetering meer.’
Hij: ‘Die behandeling die heb je inderdaad gehad en toch word je niet beter. Waarom niet? Leg dat eens uit aan mij.’

Kun je je voorstellen dat iemand met kanker deze laatste vraag krijgt!? FNS is één groot gevecht tegen ouderwetse vooroordelen. Ik ben zó moe van het bewijzen dat ik écht ziek ben.”

Peter